Welkom op de pagina van Pelgrim JOOP

Home Up

Marokko_verhaal


Hier bij een samenvatting van de reis door Marokko:

Als je het verhaal liever off-line leest : Hier is het verhaal in PDF-formaat (adobe)

 

De lokatie:

De Hoge Atlas is de hoogste bergketen van Noord-Afrika met toppen tot boven de 4.000 meter. Het gevarieerde landschap wordt gekenmerkt door hoge bergkammen en diep ingesneden dalen. Een dag na aankomst in Marrakech reisden we naar het bedevaartsoord Setti Fadma, het startpunt van onze tocht naar de Djebel Toubkal, met haar 4.167 meter de hoogste berg van Noord-Afrika. We bevonden ons in het gebied van de Chleuh-Berbers, die ons op onze tocht begeleidden en zorgden voor het eten. We sloegen iedere dag weer onze tenten op tussen de spectaculaire hellingen van de Hoge Atlas. Muilezels, de Berber four-wheel-drives, vervoerden de bagage. De eerste wandeldagen stegen we geleidelijk en aanschouwden we de kleurrijk bebouwde terrassen van de Berbers. Na de vlakte van Oukaimeden trokken we over passen die steeds opnieuw prachtige vergezichten boden als beloning voor een soms pittige klim. Na een frisse duik in Lac d'Ifni (2.235 meter) kwamen we langzaam maar zeker oog in oog te staan met de steile hellingen van de Toubkal, de kroon op onze reis. Na de top van de Toubkal daalden we af via Koubda van Sidi Chamharouch, een bedevaartsoord van Marokkaanse moslims. Vanaf hier heeft de ‘baraka’ het wakende oog van de heilige, ons op de trekking tegen de ‘djinns’ beschermd. We vervolgden onze tocht langs de schilderachtige rivieroase van Mizane. Deze vruchtbare vallei tussen Amround en Imlil is rijk aan walnotenbomen en landbouwproducten als gierst en maïs. Vanuit onze laatste kampeerplaats Imi Oughlad volgde een transfer terug naar Marrakech, de over de Atlas geworpen parel.

 

Accommodatie en maaltijden

De eerste en laatste twee nachten verbleven we in een redelijk hotel in Marrakech. Dit hotel lag op zo’n 20 minuten lopen van de medina, het oude centrum. De overige nachten werd er gekampeerd. Eten en slapen vond plaats op de grond. Comfort was er niet. Geen sanitair, geen stromend water, geen elektriciteit. Alle maaltijden op deze trektocht waren inbegrepen en werden door de kok verzorgd, behalve in Marrakech. Bij de ezeljongens kon drinkwater gekocht worden. Er was dagelijks een eenvoudig ontbijt. Ter aanvulling zorgde SNP voor o.a. muesli en energierijke tussendoortjes. Dit kregen we meestal ’s morgens door Liesbeth uitgereikt. De lunch bestond meestal uit een picknick met salade, fruit, vis en brood. ‘s Avonds was er steeds warm eten: soep, een Marokkaans hoofdgerecht, dessert en natuurlijk thee. De Marokkaanse keuken is in het algemeen smakelijk, niet al te vet en zelden scherp. Aardappelen, wortelen, paprika, courgettes en tomaten, aangevuld met pasta of rijst.Het Marokkaanse gerecht bij uitstek is de tajinne. De naam wordt zowel voor de typische kookpot met het spitse deksel als voor het gerecht gebruikt. Natuurlijk hebben we ook regelmatig van couscous genoten, het gestoomde tarwegries met vlees en veel groenten. Overigens wist niet iedereen dit voedsel te waarderen.

Het was gebruikelijk dat Mekki, de berggids, onze borden vol schepte. Dat schijnt een vorm van lokale beleefdheid te zijn.

 


 

 

Verslag van dag tot dag van de16-daagse avontuurlijke wandelreis in Marokko ofwel afzien in de hitte in de Hoge Atlas in de omgeving rond de Toubkal, de hoogste top van Noord-Afrika

 

Dag 1, vrijdag 13 juni van Puttershoek naar Marrakech

 

Wie verzint het nu om op vrijdag de 13-de op stap te gaan? Cor en Joop Kortekaas dus. Om 05.00 uur ging de wekker al. Traag stond ik op en zwijgend is er ontbeten. Joke en ik waren net terug uit Italië waarvoor ik circa 5.100 km had gereden. Om kwart over zes arriveerde ik op het perron van het Centraal Station te Rotterdam. Cor was er al. Rond half zeven vertrok de Intercity naar Schiphol waar we drie kwartier later aankwamen. Op het afgesproken punt stond de hele groep     (op ons plus één na) al te wachten. Het voorstellen verliep redelijk formeel. Vooral voornamen werden genoemd. De reeds aanwezigen waren daar zeer tevreden mee want hiermede hadden zij de gelegenheid om de vergeten namen weer op te halen. De groep bleek te bestaan uit 10 deelnemers ( 4 vrouwen en 6 mannen) en één reisleidster. Er werd een zwakke poging gedaan om bij elkaar te zitten in het vliegtuig maar om een één of andere reden schijnt dat per definitie niet te mogen en/of kunnen lukken. De saamhorigheid in de groep was gelijk al redelijk groot want de “vrije jongens” kochten zich ieder een klein flesje met sterke drank. Dat was bestemd voor moeilijke momenten. Overigens is er in de taxfree shop eerst even geproefd bij een dame die lekkere dingen van het Bacardi concern aan de man (vrouw) bracht. Na een voorspoedige vlucht met een kort oponthoud in Frankfurt arriveerden we in Casablanca. In het vliegtuig was al een onbenullig immigratie formulier ingevuld. We moesten diverse controleposten passeren, kregen een nummer stempel in het paspoort van de immigratiedienst en stonden zo aan de bagage band. Bij een bankbalie werd door vrijwel iedereen een aantal “Euro’s” omgewisseld voor Dirham’s en werden de horloge’s twee uur terug gezet. Vervolgens verlieten we de beschermde ruimte om geconfronteerd te worden met een flink aantal mannen die hun diensten aanboden. De chauffeur van onze minibus werd snel ontdekt en zo konden wij aan het gewoel ontsnappen. De meegebrachte bagage kon er maar net in en vervolgens vertrokken we vanaf het vliegveld naar Marrakech. De weg was slecht. Circa 10 roadblocks passeerden we. De chauffeur was een goede vent. Hij reed zeer voorbeeldig. Ergens halverwege werd er een stop ingelast. Daar kon iets worden genuttigd dat lijkt op een milkshake zonder ijs. De smaak zou appel geweest moeten zijn maar het smaakte naar niks.

Liesbeth was inmiddels zo attent om een “potje” te maken en te beheren waaruit allerlei kleine zaken zouden worden betaald. Voor iedere dienst betaal je in Marokko iets en het is geen doen om iedere keer allemaal wat te geven. De eerste storting bedroeg 200dh, dat is precies € 20.-. Het bleek al snel dat de horeca consumpties liggen tussen de 5 en 10 Dirham ofwel tussen een halve en een hele euro. Het land dat we langs de matige 2-baans weg ( type provinciale weg) te zien kregen was voornamelijk vlak, hier en daar stonden nog wat gewassen op het land maar verder zag het er niet verzorgd uit. Opvallend waren de wachtenden langs de weg. Er is een vorm van openbaar vervoer dat met uitsluitend licht gele Mercedes auto’s wordt uitgevoerd: twee personen voorin naast de chauffeur en vier achterin is het matje. Ieder kan instappen tot “vol” en ieder betaalt een evenredig deel.

We hadden een prima chauffeur die Alles in de gaten hield: zowel voor als achter. Hierdoor kwamen we ongeschonden uit de circa 10 “narrow escapes” die werden veroorzaakt door evenzovele kamikaze piloten.

Het hotel dat de naam draagt Imilchil werd om circa kwart over zes bereikt. Ook hier was weer een charmante grote man die de bagage voor ons uit de minibus haalde om dit uiteindelijk snel in de kamer te brengen. Bij de hotelbalie moest alweer een formulier worden ingevuld. Na deze handeling kregen Cor en ik de sleutel (104) en konden we naar onze kamer waar de temperatuur veel weg had van een broeikas. Het schuifraam (zonder tralies zoals in veel westerse landen!) kon gelukkig open maar de temperatuur buiten was nog hoger dan in de kamer. De Hulp wees ons op de airco maar die bleek van een zeer geringe capaciteit waardoor het nooit echt lekker koel werd in de kamer. Liesbeth had inmiddels geregeld met de chauffeur van de minibus dat hij ons om half acht naar de medina, de oude stad, zou brengen. Zo gezegd, zo gedaan. In de buurt van restaurant Ali werden we gedropt en het dakterras op de vierde verdieping was na 16 bochten bereikt. Het lijkt wel of Liesbeth de hele stad tot haar vriendenkring mag rekenen. Iedereen zegt haar gedag en worden er vriendelijkheden uitgewisseld. Vreemd genoeg regende het een heel klein beetje. Parasols werden aangevoerd en zo konden we de eerste avond genieten van een heuse Marokkaanse lopend buffet. De zeer vele aardewerk potten stonden allemaal op een eigen koolvuurtje. Deze vorm van koken heet “tajinne”. Het was er zeer gezellig. Bij het volscheppen van een soepkom met soep waarin ruimhartig rode tomaten waren verwerkt ging het al mis: een schitterende vlek op een oogverblindend schoon shirt. Bij het eten was alleen limonade of water verkrijgbaar. Dat was even wennen. Het eten smaakte heerlijk. Tijdens de maaltijd begon het een beetje te miezeren. De uitbater trachtte met behulp van veel te kleine parasols de schade binnen de perken te houden. Dat lukte hem want het regende niet door. Na het eten gingen we gezamenlijk naar het Jemaa el Fnaa plein waar “het” in Marrakech gebeurt. Het was duister en rommelig. Het regende weer een beetje en de groep had de warme belangstelling van een groep jonge Marokkanen. Na een korte tijd ging het hotelwaarts. Het was gemakkelijk te vinden. In het hotel was de bar (is er eigenlijk wel een bar?) gesloten en vermoeid en vol van indrukken ging ik naar bed. De airco stond uiteraard op high maar dat gaf geen enkele koelte. Het schuifraam open daar en tegen gaf de illusie van enige vorm van verfrissing.

 

 

 

Dag 2  zaterdag 14 juni 2003, transfer van Marrakech naar Setti Fatma ca 70 km

 

Na een rustige nacht ( overigens vroeg wakker) en een heerlijke douche arriveerden Cor en ikzelf in de eetzaal. We schoven aan bij een paar reisgenoten en vervolgens gebeurde er bitter weinig. De “garçon” had er weinig trek an. Hij stond daardoor dus zeer in het denkbeeldige spotlight van Joop. De analyse is dat hij voor vrouwen zeer attent is en voor goed betalende gasten eveneens. Aangezien ik in beide categorieën niet thuis hoor werd ik slechts op afroep bediend.

Liesbeth was zeer in haar hum. Van de chauffeur had ze al te horen gekregen dat ene “Mekki”onze berggids zou zijn en dat was ook zo. Met Mekki had ze al eens een tocht gemaakt en dat was haar kennelijk goed bevallen. Een aantal reisgenoten is deze ochtend nog even naar de oude stad gewandeld. Cor en ik bezochten eerst sinaasappelstalletje nummer 28 om vervolgens een korte blik in de suq te werpen. Ik vond het nogal benauwend en zeer rumoerig. Vele keren werd ik aangeroepen en aangespoord om vooral te kijken en te kopen. Bij “Ali”hebben we vers gezette koffie gedronken ( met dank aan Liesbeth) en met een “Petit Taxi”reden we weer naar het hotel waar de bus al klaar stond. Arno, Niek en Johan hadden ruim flessen met mineraalwater ingeslagen. Dat was flink sjouwen voor deze jongens.

Het autobusje werd ingeladen met voornamelijk groene legerplunje zakken. De kampeer- en keukenuitrusting lag al op het dak. De overijverige portier lukte het steeds weer om net voor onze neuzen de plunjezakken weg te ritsen en naar de bus te brengen. ’t Is uiteindelijk zijn vak en de bron van een deel van zijn inkomen. De tocht naar Setti Fatma, het bedevaartsoord in de vallei van de Ourika en de startplaats van de tocht, verliep voorspoedig. Daar aangekomen waande je je gelijk in de middeleeuwen. Rommelig naast en boven elkaar gebouwde huizen en vrouwen die en masse de was deden in de rivier. In een restaurant werd de maaltijd genoten. Het was alweer lekker. Via een vrij gammele houten voetbrug werd de overkant van de rivier bereikt en daar ging het bergopwaarts naar de lokaal wereldberoemde waterval. Het laatste stuk van de route naar boven was bovenverwachting spek glad. Ik had nauwelijks tot geen grip op de gladde rotsen. Dat beloofde niet veel goeds. Er liep een man rond die zeer behulpzaam was om een ieder makkelijk boven te krijgen. Hij liep een paar honderd meter mee. Het is achteraf onduidelijk of Mekki hem hiervoor een vergoeding heeft gegeven. Ikzelf in ieder geval wel. Aan het einde van het pad was dan de waterval. Diverse Marokkaanse jongelui gingen met hun kleren aan onder het water staan. De Europeanen dus niet.

Na een kwartiertje gingen we weer naar beneden en in de verte zagen we “onze ezels” al aankomen. Dat was best een leuk gezicht. De hele zaak werd opgeladen en we togen richting eerste overnachtingsplek die we na een klein uurtje bereikten. Dat was volgens de aan ons beschikbaar gestelde informatie een de overnachtingplaats die zich in bevindt de schaduw van notenbomen en thuja's (levensbomen). De verwachting kwam niet geheel uit. De schaduw was er inderdaad maar een grazige weide om het tentje op te zetten ontbrak. Het was vooral aangestampte klei waarop de tent moest worden opgebouwd. Liesbeth deelde de tentzakken uit en al spoedig bleek dat de tent van Cor en mij een verkeerd stokken stelsel had. Gelukkig was er een reserve tent waar we de hele tocht verder in zouden doorbrengen: tent nummer 161. Een twee persoons dubbeldakker met dubbele bagagepunt. Een zeer uitgekiende tent! Laat in de middag was er tijdens de thee een hevig  rumoer aan de andere kant van de rivier. Deze was ’s middags nog helder en zo’n 3 a 4 meter breed. Kennelijk was er noodweer in de bergen. De rivier was nu bruin van de modder en wel vier keer zo breed geworden. Het is wel onwezenlijk als er zo’n 100 personen op de daken van de huizen op een bepaalde manier naar elkaar staan te schreeuwen. Na diverse mokken thee is er collectief gegeten in de eetzaal die zich op “Ground Zero” bleek te bevinden. Het sanitair bevond zich “om de hoek”. Het is overigens verbazingwekkend hoe snel men wende aan het volledige gebrek aan enig comfort: geen sanitair, geen water en geen elektriciteit. Tegen het donker worden, zo tegen half negen, gingen we slapen, moe maar tevreden.

 

Dag 3, Zondag 15 juni van Setti Fatma naar Agouns

Afstand bedraagt ongeveer 12 km en we stijgen ruim 500 meter

 

Half zeven op, zeven uur ontbijt en half acht op pad (was de planning) Het blijkt echter dat de meeste reisgenoten ’s morgens meer tijd nodig hebben dus werd het kwart voor acht lopen. Het eerste deel van het pad was vrij breed en lag redelijk hoog boven de rivier de Ourika. Diverse dorpjes zijn gepasseerd en voor het eerst krijgen we te maken met hordes kinderen die vragen om snoep en om ballpoints.

De ezels zijn meestal pas een uurtje later opgeladen en die kwamen ons in de loop van de ochtend  achterop. Diverse keren is de rivier gekruist. Dat viel best tegen. Stukken van het pad ontbraken als gevolg van het slechte weer. Halverwege de dag is er geluncht onder de bomen. Het smaakte prima. De ezeljongens hebben een handeltje in limonade en dat was een gouden greep. Cor voelde zich niet lekker er lag een poosje op apengapen op een dun matrasje. Ikzelf lag comfortabel op een ruw stenen muurtje. Na de lange lunch gaan we verder. Liesbeth en Mekki hebben overlegd en het is de bedoeling dat we deze dag de voet van een berg wilden bereiken. Dat lukt niet . Hevige regenval was ons deel. De rivier werd steeds breder, woester en dieper. Een Berber nam ons mee naar zijn woning op de derde huizenlaag in het dorp. Modder en mest spoelden van de huizen en paden en voor een deel werden we daar door geraakt. We bleven een klein half uurtje op een soort overdekt deel van de woning. Daarna gingen we terug in de richting van de eerder op deze dag gepasseerde gite. Na een klein kwartiertje ging het hevig mis: er kwam veel water van boven en de Berber die met ons is meegegaan loodste ons weer via de “shit-shower” naar zijn woning waar we nu in het gastenverblijf binnen plaatsnamen. Met de natte rug tegen de muur zaten we dan op een echt Berber tapijt te wachten op de dingen die zouden komen. Alweer na een half uurtje hield de regen op en gingen we op weg naar de gite, die een half uurtje bergafwaarts lag. De Berberman gaat mee en helpt in voorkomende gevallen de Europeanen om over het water te komen. Regelmatig lopen zijn laarzen vol maar dat deert hem niet. Liesbeth heeft hem 50 Dirham gegeven en daarmede was hij zeer verguld. Na enige tijd vond Arno het biljet van 50 Dirham op de grond. Het was uit zijn zak gevallen.

In de gite waren we de enige bezoekers. Met moeite kon er worden gedoucht. Men diende hiervoor wel 10dh voor te betalen. Dat was lekker. De WC was middeleeuws. Het gebruik van de vrije natuur voor het doen van een behoefte gaat ons steeds makkelijke af. Slapen deden we op zeer eenvoudige matrassen. Cor en Joop bevolkten de kleine snurkkamer. De anderen hadden een plekje gevonden in de grote kamer. Na enig rumoer in deze kamer legden een tweetal zich in hal te ruste. De ezeljongens sliepen in de keuken. Liesbeth sliep buiten onder een afdakje.ug  e ijn woning waar we nu in het gastenverblijf binnen plaatsnemen. ing. woning op dederde huizenlaag in het dorp. ht lopen.

 

 

 

 

Dag 4, maandag 16 juni van de gite in Agouns naar Oukaimeden

Ca 8 km en een stijging van 1.000 meter, gevolgd door een daling van 600 meter

 

Alweer vroeg op. Het kost de groep nog steeds moeite om op tijd te vertrekken. Om kwart voor 7 zijn we onderweg. Het eerste stuk zoeken we ons een weg over de rivierbedding Het pad dat we moesten hebben is samen met nogal wat terrassen weggespoeld de rivier in. Weer passeerden we het dorpje waar de aardige Berber woont die ons de dag te voren heeft geholpen. Na een stief uurtje komen we op de plaats waar we de dag eerder eigenlijk hadden moeten aankomen. Na een korte rust werd de klim aangevangen. We stegen via Tizi n'Attar (3.050 meter) naar het plateau rond Oukaimeden. Vanaf Tizi n'Attar hadden we een prachtig uitzicht over de vallei rond Setti Fatma. Onderweg passeerden we herders die hier in berghutten de zomer doorbrengen. Vandaag was het Johan die problemen had met zijn ingewanden. Onderweg werd er een muilezel voor hem geregeld en schuddend en schommelend kwam ook hij op 3.050meter hoogte. Daar wachtte ons de verrassing van de dag: daar zat de kleine Mohammed op ons te wachten met een rugzak met flesjes Fanta en Coca Cola voor de liefhebbers. De afdaling, welke zo’n 600 meter betrof, duurde zo’n 2 uur. Op het laatst passeerden we een nederzetting die in de winter een heuse wintersportplaats blijkt te zijn: het grootste wintersportoord van Marokko inclusief moderne “Doppelmayer Anlagen!” Een stukje verder, op een omheind sportcomplex, zouden douches en dergelijke zijn. De zaak bleek gesloten. Het kampement stond langs een beekje met veel nat gras. Een ontelbare hoeveelheid wilde orchideeën stond in onze nabijheid. Met moeite vond een ieder een droge plek voor haar of zijn tent. Het gebruikelijke ritueel begint al routine te worden: bij aankomst is er een salade met thee en voor de liefhebbers limonade (tegen betaling). Nadat de tent was ingericht gaan er diverse personen naar het dorpje om te telefoneren. De gids en de drijvers daagden mij uit en ik ging met de ezeldrijvers “een biertje drinken”. Het winkelcentrum bestond uit een aantal aftandse barretjes, een winkel waar leeftocht werd aangeboden en een “Teleboutique” een ruimte waarin twee telefoontoestellen met een muntautomaat hangen. Eén apparaat was defect maar de ander deed het prima. Met een paar munten van vijf Dirham werd het thuisfront weer op de hoogte gesteld.

Met de mannen loop ik een kroeg binnen. We zijn de enigen. Er wordt wat gesmoesd en Mekki gaat een soort damspel bedrijven op een stuk karton waarop de “zwarte vakken”met een blauwe ballpoint staan gekrast. Witte en zwarte steentjes dienen als damschijven. De TV staat luid aan en Joop zat daar wat verloren te wezen. Na ca 10 minuten wordt er een pot minthee met veel glazen binnengebracht. Iedereen neemt een glaasje thee. Het lange zitten begon weer tot er een bestelauto van de “Securité National” voor de deur stopte. Twee mannen stapten uit en die begonnen met de ezeldrijvers uitvoerig te zoenen. Arabieren zoenen elkaar 4 keer dus dat werd een hele onderneming. Het was een dorpsgenoot van de jongens. Voor mij een goede reden om er tussen uit te knijpen. Het rondje thee voor acht man kostte 7 Dirham dus dat was niet gering. Terug op de kampeerplaats was het tijd voor een frisse duik in de ondiepe beek. Net  “om de hoek” was een plek die iets dieper was dan de rest dus daar is uitgebreid toilet gemaakt. De Marokkanen vonden het maar raar: zij lopen in een trui en vinden het koud en dan staat er zo’n Europeaan in z’n zwembroek ( discreet!) zich uitgebreid te wassen met zeep en hij hanteerde nog een drinkbeker ook om zijn rug nat te maken. Onbegrip en ongeloof heerste alom. Het voorbeeld van mij werd al snel gevolgd en zo’n beetje de helft van het gezelschap badderde lekker in de beek. De avond was koud en zeer vochtig. De kleding die nat werd van het wassen zat vol condens. Morgen zien we het wel weer. Het werd een koude (wellicht de koudste) nachtoor een at is defect maar de ander doet het prima. automaat hangen.kel waar leeftocht wordt aangeboden en een ers limonade (teg

 

 

Dag 5, dinsdag 17 juni van Oukaimeden naar Tachedirt

Ongeveer 9 km (5 uur) en stijgen en dalen respectievelijk 400 en 600 m.

 

De planning was om 07.00 uur te vertrekken maar alweer lukte dat niet. Het werd een redelijk gemakkelijke tocht langs een mooi pad. Over de kam stijgen we langzaam naar de Tizzi-n-Eddi (2.925 m). Na een pauze op deze pas dalen we af naar Ouanskra en Tachedirt, enkelen honderden meters lager. Net voordat we bij het kamp aankomen, zien we een  waterval die volgens onze documentatie 's middags ideaal gebruikt kan worden om af te koelen. Slechts een paar diehards maken gebruik van de gelegenheid om afkoeling te zoeken bij de waterval die overigens slecht bereikbaar is. Nabij ons kampement is een jongetje van een jaar of 10 bezig met het irrigatiesysteem. Zo stroomt er op het ene moment veel water door een kanaaltje en zo valt het op een ander moment weer bijna droog.o stroomt er veel water door een kanaaltje en zo valt het weer bijna droog.iesysteem van  te maken.  als bord en witte en zwarte Voor het eerst heb ik last van de warmte die ’s middags rond de 35oC moet zijn geweest. Na het opzetten van de tent is de middag doorgebracht met lummelen, de was doen, slapen en thee drinken. Ook Cor heeft last van de warmte.

De kampeerplaats bestond uit een vlak stuk grond met veel stenen. Op bepaalde plaatsen waren er stenen “geraapt” zodat de tenten vrij gemakkelijk konden worden opgezet. In een hoek stond een bescheiden onderkomen van waaruit de “Campingbaas” een nering bedreef. Hij zette een emmer met Cola en Fanta nabij de ingang van onze “eettent”, terwijl er binnen ook een emmer stond van onze eigen ezeljongens. Een bij de campingbaas behorend joch trachtte in de hitte Mars-sen en Twixen aan de man te brengen. Hij had weinig klandizie. Uiteindelijk hadden we onze eigen catering bij ons. Het bouwsel was erg bescheiden en had, naar Europese begrippen, nog het meest weg van een stalletje: gestapelde stenen, voor een deel lemen muren en verder een lemen dak dat met gras was versterkt. De ezels werden ’s avonds met een touw aan hun voorpoot vastgebonden en verbleven eveneens op een steen arme plek. De campingbaas onderhield de boel door regelmatig de ezelmest te verwijderen van die plekken waar het gevallen was.

 

Dag 6, Woensdag 18 juni 2003, van Tachedirt naar Azib Likemt

We dalen ongeveer 1000 m en de totale tocht is ongeveer 10 km. (6 uur)

 t met lummelen, de was doen slapen

Een pittige, maar zeer mooie wandeling bracht ons over de Tizi n'Likemt (3.500 m) naar Azib Likemt (2.547 m). Na een klim van ongeveer 1.100 meter daalden we af in een vallei met enorme mooie vergezichten,.Het was erg winderig en de meeste van ons hebben de jas erbij aangetrokken. Joke was al een aantal dagen in een niet optimale conditie en ze heeft zich deze dag op een muilezel naar boven laten vervoeren. We daalden ongeveer 1.000 m. en de totale tocht is ongeveer 10 km. (6 uur) Laat in de middag hadden we bezoek van een Amerikaanse jonge vrouw die met haar vader op route was. Ze dronk in de tent een glaasje thee mee en met name de dames in ons gezelschap hadden een onderhoudend gesprek met deze Amerikaanse.

 

Dag 7, Donderdag 19 juni 2003

Van Azib Likemt naar ????????? klimmen en dalen respectievelijk 600 en 1.400 m ??????

 

Kwart voor 7 werd er ontbeten en om half 8 zijn we onderweg.

Deze dag werd er, vanwege te verwachten moeilijkheden als gevolg van het slechte weer van enige dagen terug, van de route afgeweken. Om half 10 passeerden we de ????? pas op 2.927 meter hoogte. De route liep over formaties van zandsteen. Er was erg veel gruis. Soms was het pad lastig te belopen. In een onbenullig dorpje werd bij een uitbater halt gehouden voor een glas thee en voor de liefhebbers een flesje fris. De boom waaronder zich het hele gebeuren afspeelde werd door allen bewonderd. De boom was omvangrijk gesnoeid maar toch hadden de wortels schade aangebracht aan de omringende rotsen. Vrij snel na dit oponthoud kwamen we in de overnachtingplaats aan. Daar was bij een woning plaats om 5 tenten neer te zetten op de aangestampte aarde. In de nabijheid bevond zich een soort barretje. Na de lunch, die gewoontegetrouw uit een uitgebreide salade bestond met fruit toe, zijn er tenten opgezet en vervolgens zochten een aantal van de reisgenoten zich een plekje onder de bomen bij de buurvrouw om een dutje te doen in het aldaar aanwezige gras. De buurvrouw zette op enig moment de greppel met water over op een andere richting en de één na de ander zocht vervolgens een droge plek op. Bij het barretje langs de dorpsstraat werd koffie, thee en fris genoten. Eindelijk konden we weer eens op een echte stoel zitten. Dat waren we bijna ontwend. Het hele dorpsgebeuren trok aan ons oog voorbij. De conclusie is dat de mensen en dan vooral de vrouwen veel zwaar werk verzetten. Een jonge vrouw tilde met behulp van een rafelig stuk touw een jerrycan van ca 35 liter op haar rug. De can klokte over en de hele rug van haar jurk was nat. We zagen haar in de loop van de tijd nog een paar keer met haar natte rug. Aan het einde van de middag was voor “onze” dames het ogenblik aangebroken om naar de haman te gaan, een Marokkaans badhuis. Nadat de dames na een klein uurtje enthousiast terugkeerden was het onze beurt. Bij de haman moesten we echter nog circa 10 minuten wachten dus werd door de uitbater zo’n beetje de hele inboedel naar buiten gesjouwd zodat de geachte clientèle gemakkelijk kon zitten. Later bleken het de stoelen uit de rustruimte te zijn. De haman bestond uit een betonnen ruimte met weinig direct licht. Buiten werd in een gat in de muur een houtvuur gestookt. In de hamanruimte was een kraan waar heet water uitkwam en een kraan met koud water. De vloer was heerlijk warm. Het is de bedoeling dat je je goed schrobt en wast met behulp van emmers en pannetjes. Het werd een vrolijke boel maar na een stief kwartiertje liepen er vier of vijf poedelnaakte mannen naar de kleedruimte, tot groot vermaak van de aanwezige Marokkanen want die zijn niet gewend aan naaktloperij. ’s Avonds hebben we op het “terras” boven de kampeerplaats gegeten. Na de maaltijd was er koffie en thee. Omdat er weer stoelen beschikbaar waren, bleven we vrij lang natafelen. Arno en Niek sliepen op het terras. Liesbeth trouwens ook.

 

Dag 8, vrijdag 20 juni

Een tocht van totaal 10 km (ca. 6 uur). We stegen ca  600 meter en daalden 300 meter

 

Om half zeven vetrokken we nadat om kwart over vijf ( of was het kwart voor vijf) gewekt werden door een kip in ernstige legnood. Het eerste stuk van deze dag voerde over een piste en dat was vrij gemakkelijk lopen. Bij een uitspanning met verkoop werd een heerlijke kop koffie genuttigd onder de notenbomen. De uitbater wilde ook graag uit zijn openlucht winkeltje het één en ander verkopen. Alles was volgens de eigenaar “echt” origineel Berbers. Het leek verdacht veel op de prullaria die wij al eerder hadden “bewonderd” bij andere gelegenheden. Ergens hield de weg op en toen werd het klauteren geblazen. Johan is alle inwendige ellende kwijt en hij speelt voor gems. Af en toe zijn we hem een poosje kwijt en dan staat hij ineens als een standbeeld op een rotspunt, hoog boven ons. Voor mij was het een enerverende tocht met het laatste stukje veel problemen om de warmte kwijt te raken. Op enig moment kregen we het Lac d’Ifni in beeld. Dit koele bergmeer ligt op een hoogte van ongeveer 2.300 m prachtig tussen de kale toppen van de Hoge Atlas. Een flink bergmeer was het, diepblauw van kleur. Het water werd tegengehouden door een stuwwand van morenen die daar in de ijstijd was neergelegd. Het was zeer imponerend. Ergens midden op de vlakte, aan de rand van het meer op de grondmorenen, was het kamp opgebouwd. Twee dames uit onze groep namen een duik in het water met alle kleren nog aan. Ikzelf deed het wat rustiger aan. Nadat de tent was opgezet en de zwembroek was aangetrokken zijn er een paar baantjes in het koele water getrokken. Langs de rand van de vlakte die boven het meer lag, waren een tiental optrekjes gebouwd waar mensen bleken te wonen. Sommigen dreven van hieruit hun nering. Ons reisgezelschap maakte geen gebruik van deze mogelijkheden. Een paar zeer luidruchtige jonge mannen uit???? Daar en tegen wel. ’s Avonds trommelden de ezeldrijvers op potten en pannen. En zij zongen erbij. Dat was erg leuk. In de nacht hebben verschillende personen in de open lucht geslapen onder de steeds weer schitterende sterrenhemel.

 

Dag 9, zaterdag 21 juni 2003

Vandaag wandelden we 8 kilometer en stegen en daalden respectievelijk 1.300 en 500 meter.

 

Kwart over vier stonden we op. Het was nog geheel donker. De tent werd afgebroken en om vijf uur was het ontbijt gereed. Het brood was oud en nogal “heavy”. Om half zes waren we onderweg. We liepen over de grondmorenen vlakte omhoog. Een pad was er nauwelijks. Het werd een lange klim. Het tempo lag laag: 45 minuten lopen en dan een klein kwartiertje rusten. De rustpauzes waren bestemd om te drinken en te eten. Mekki had dagelijks een zak met een vorm van muesli bij zich waar iedereen graag een handje uit nam om te knabbelen.

Omdat ik mijn voet verzwikt had, heeft Jan een tape aangelegd waar ik veel profijt van heb gehad. Ik heb deze tape ongeveer een week laten zitten. ’s Nachts droeg ik een dunne sok in de slaapzak om het opstropen van het verband te voorkomen. We liepen door een zeer lange kloof. Doordat deze betrekkelijk smal was, hadden we pas laat de zon op het lichaam. Na vier stops arriveerden we op de 3.664 meter hoge pas Tizi Ouanoums. Daar zat onze Mohammed alweer te wachten met een rugzak met koele drankjes. Dat was steeds weer een feest. Het brood werd steeds zwaarder en was zelfs met ruim smeerkaas al niet meer op smaak te brengen. Na de lunch trokken we verder naar de Nelnerhut. Arno ging zwaar, Esther had last van haar ingewanden en ook Joke had betere dagen gekend. We arriveerden om ongeveer half twee bij de Nelnerhut. Deze nieuwe berghut die gebouwd is onder auspiciën van de Franse Bergsportvereniging ligt op 3.200 meter hoogte en fungeert als startpunt voor de beklimming van de Toubkal. We overnachtten op een terras in de buurt van de hut, op zo’n 100 meter afstand. Een grote verrassing was het voor ons dat de jongens de slaaptenten voor ons hadden opgezet. Dat werd alom zeer gewaardeerd. De temperatuur was zeer hoog en ikzelf ben naar de hut gelopen om aldaar een uurtje in het dagverblijf te kauwen op een flesje limonade. Zo opeenvolgend kwamen de andere reisgenoten ook aanwaaien om een kopje koffie te drinken en/of een douche te nemen te bedrage van 10 Dirham. De koffie                      (oploskoffie) werd gezet door één van de vele rondhangende bij de hut horende jonge mannen. Hiervoor had hij de beschikking over een keurig ingerichte keuken zoals we die kennen vanuit bijvoorbeeld “Natuurvriendenhuizen”. De verkoopruimte was, gezien de recente bouw van het complex, verbazingwekkend pover. Het bestond in feite uit een diepe kast waarvoor een plank was aangebracht. Cor had zich voorgenomen om vanuit deze hut al zijn ansichtkaarten te verzenden. Kaarten werden echter niet verkocht. Een stempel van de hut was er evenmin. De beheerder had een bovenmatige belangstelling voor vrouwen. Allen werden verrast door een vrijwel gelijkvormig voorstel. In de loop van de avond kwamen er steeds meer mensen langs. In de Gite verbleef een groep Spanjaarden.

’s Avonds werd er een poging gedaan om uit te vinden waar het pad, dat we de volgende dag zouden volgen, liep. Speculaties waren er genoeg maar grote delen van het pad lieten zich niet zien.

 

Dag 10, naar de top van de Toebkal op 4.167 meter hoogte

We stegen en daalden 1.000 meter, in totaal wandelden we 6 km.

 

Het was een comfortabele ochtend: dit keer geen tent opbreken maar gewoon opstaan, ontbijten en lopen. Om 05.40 uur vertrokken we. De eerste 10 meters betekende flink klimmen want we moesten eerst “onze” beek oversteken om vervolgens via een aantal uit de kluiten gewassen rotsblokken op het pad naar boven te komen.

Dat pad naar boven was vanuit het kamp maar moeilijk te ontdekken. Vanaf beneden ontbraken er flinke stukken en de stukken die je zag, leken erg lastig. In de praktijk viel dat reuze mee.

De klim naar de top van de Toubkal kent geen technische moeilijkheden en duurde bijna 4 uur. Mekki hield het gebruikelijke tempo aan: drie kwartier klimmen en een kwartiertje rust en tijdens de rust ging de grote zak met Marokkaanse muesli rond. Onderweg passeerden we regelmatig een groep van ongeveer 8 Spanjaarden. Bij elke ontmoeting ging het vrolijk toe. “Vamos a la Playa” was een kreet die regelmatig opklonk. Drie periodes hield ik het redelijk goed bij. Het laatste stuk daar en tegen viel me erg zwaar. Na de tweede rust had één van de twee ezeljongens mijn rugzak al overgenomen. Dat scheelde globaal zo’n 4 à 5 kilo sjouwen. Dit gewicht betreft voornamelijk de 3,5 liter water die ik bij me droeg. Het laatste stuk heeft Liesbeth mij op letterlijk op sleeptouw genomen en zo liepen wij hand in hand de top van de Toubkal op. Het was een emotioneel moment. Mohammed had een rugzak gevuld met flessen fris meegenomen en zo werd het een aangenaam half uurtje. Vanaf de top hadden we een prachtig uitzicht over de uitlopers van de Sahara in het oosten en de vulkanische hellingen van Sirwa in het zuiden. Er zijn veel foto’s gemaakt van en rond de driehoekige constructie die de top markeert. Uiteraard bevindt zich hier niet een kruis zoals dat in de regel in de Alpen voorkomt.

Voor de afdaling nam Mekki een alternatieve route. Een route die langs vrij diepe afgronden liep en die voor mij, met mijn hoogte vrees, niet de eerste keuze geweest zou zijn. Bovendien lagen op dit pad veel rolstenen dus veel grip was er ook al niet. Het eerste stuk heb ik dan ook met steun van Mekki genomen. Na een uurtje kwamen we op een plaats waar ooit een vliegtuig is gecrasht in slecht weer. Wonderlijk genoeg lagen er nog overal kleine wrakstukken verspreid tegen de berghelling. Dat is toch wel sinister.

Later in de middag is er gepoedeld en gewassen in het beekje met een bescheiden watervalletje die naast ons tentenkamp aanwezig is.

Wij Hollanders hebben steeds veel bekijks van de Marokkaanse jongens omdat we zomaar alleen in zwembroek gehuld in het voor hen ijskoude water staan. De Hollandse dames hadden nog meer bekijks. De kok had er zo zijn eigen ideeën over.

Onder ons terras streek een groepje Nederlanders neer die een rondreis maakten en de Toubkal als extraatje inlasten. Met hen is wat heen en weer gepraat. Liesbeth, onze reisleidster, voerde een gesprek met haar Nederlandse collega reisleidster.

We overnachten wederom op het terras in de buurt van de Nelnerhut. De ezels mochten eerst grazen op afstand van het kampement maar tegen de avond werden ze gelokt met een zak haver en werden ze met een touw aan een voorpoot vastgelegd voor de nacht. Zo kon het gebeuren dat op het vrij smalle terras een muilezel langs onze tent liep op zoek naar wat eetbaars.

 

Dag 11, maandag 23 juni 2003, vanaf de Nelnerhut naar Aroumd

(1.220 m dalen over 10 km, 4 uur).

 

Vanaf de Nelnerhut daalden we langzaam maar continu af naar Aroumd. Onderweg passeren we eerst een soort souvenir winkeltje onder een rots. De aanwezige Berber was uiteraard weer of familie of een dorpsgenoot. Hier werden allerlei snuisterijen verkocht waaronder geodes, de stenen ballen waar binnen in de holte fraaie mineralen zijn uitgekristalliseerd. Deze geodes schijnen in deze regio gevonden te worden. Vervolgens kwamen we op ca 2.300 meter nabij de Koubda van Sidi Chamharouch. Dat laatste is een bedevaartsoord van Marokkaanse moslims. Hier kunnen we de 'baraka', het wakend oog van de heilige, bedanken voor haar bescherming tegen de 'djinns'. Deze laatste zijn een soort bosgeesten die in allerlei gedaantes kunnen opduiken. Het feitelijke heiligdom mag door ongelovigen zoals wij niet worden betreden. Het bestaat uit een witte steen van 5 x 5 x 5 meter waaronder zich een holte bevindt. Het is mij niet duidelijk geworden of deze witte steen nu een enorm wit kristal is of dat de zaak gewoon geverfd is.

De gehele nederzetting van zo’n 20 à 30 huizen bestaat van souvenirachtige activiteiten. In de eerste tent hebben we koffie en thee gedronken. (De geldpot van Liesbeth bleek eindeloos gevuld te zijn). Diverse reisgenoten bekeken allerlei zaken maar uiteindelijk is er niets in dit dorpje gekocht.

Op afstand was Aroumd al te zien. Het is een groter Berberdorp (of is dit al een Berber stad?) dat op een hoogte van circa 1.900 meter ligt. Luguber was de troosteloze vlakte welke voor het dorp ligt. Een aardverschuiving met daarbij een modderlawine heeft alles wat nabij de rivierbedding lag weggevaagd over een breedte van een halve en over een lengte van enige kilometers. Het dorp is hierdoor in feite in tweeën gesplitst. Bij de rivier waren vrouwen de was aan het doen en er werd veel door de kinderen naar ons gelachen. Liesbeth vertelde dat ze om de mannen lachten want die liepen allen in korte broek en voor de kinderen liepen wij dus in onze onderbroek!

Het dorp is vrij “rijk”. De huizen zijn weliswaar traditioneel gebouwd maar er is ook veel beton gebruikt. Op nogal wat huizen stonden schotelantennes en er was aansluiting op het elektriciteitsnet en er was stromend water. De straten waren alle volgestort met beton. Dat is een vorm van luxe die we niet eerder aantroffen. Het is goed voor de mensen maar de muilezels hebben er op bepaalde plaatsen moeite mee. De straten stijgen en dalen steevast sterk. Steeds weer dacht ik dat we nu wel op het hoogste punt van het dorp aangekomen zouden zijn. Steeds weer bleek het tegendeel. In Aroumd verbleven we in een gite, die wordt gerund door een Berberfamilie. De eigenaar was tevens de vader van één van de ezeldrijvers. De andere jongens wonen ook in dit dorp dus allen waren ze enigszins opgewonden. De gite was eenvoudig maar comfortabel. Cor en ik sliepen in een klein kamertje (de snurkers) , de anderen in een tweetal wat grotere kamers. Op het overdekte terras stonden tafels en stoelen en dat was zeer luxe.

De dames gingen als eerste naar de haman. Na een uurtje kwamen ze terug met redelijk enthousiaste verhalen. Daarna gingen Cor, Jan, Arno en ik naar de haman. Eén van de jongens bracht ons er naar toe: vier keer de hoek om, twee keer de andere kant op, even pappa gedag zeggen die op een hoek zat te praten en vervolgens de haman in. Achter een soort toonbank stond een Marokkaan in lange jurk en met hem zijn afspraken gemaakt. In de kleedruimte was de vochtigheidsgraad al zeer hoog. De kleren werden aan zelfgemaakte vleeshaken van betonijzer gehangen en vervolgens gingen we de haman in die dit keer bestond uit drie achter elkaar gebouwde ruimtes van 3 bij 8 meter. Vloeren en wanden waren betegeld. Voor het geluid was dit een ramp. Er was daar een nagalm van circa 2 seconden dus communiceren was bijna niet mogelijk. De uitbater en zijn broer/neef/anders kwamen binnen. Uiteraard was deze man ook weer familie van de ezeljongens. Eerst werden we uitvoering ingezeept met zwarte groene zeep die de oom op een stukje vetvrij papier bij zich had. Vervolgens werden we zorgvuldig met lauw-warm water van de zeep ontdaan. Daarna werden we gemasseerd: het werd het betere ruk en trekwerk dat met veel holle klappen op de spieren gepaard ging. Bij mij vertilde de oom zich bijna. Daarna was het  “gymnastiek”. Dat bestond voornamelijk uit het krachtig toegeworpen krijgen van koud water over onze hete lichamen. Hierna werden we door de hulp zorgvuldig “geschubd” met een soort van schuurspons-washand. Al met al was het lekker en het was een vrolijke boel. Entertainment en dat voor het maximale bedrag van 50 Dirham ( € 5.-).

Terug in de gite dronken we een colaatje met een scheutje whisky die ik van Schiphol had meegenomen. Helaas was de cola te snel op. ’s Avonds hebben we afscheid genomen van Ibrahim, de zesde ezeldrijver die geen neef was van de andere vijf jongens.

 

 

Dag 12, dinsdag 24 juni van Aroumd langs Imlil en Mezzik naar Azib Tamsouli

We wandelden ongeveer 5 uur en stegen en daalden respectievelijk 700 en 500 meter.

 

De ezeljongens hadden allen thuis geslapen. Fris en met schone overhemden kwamen ze de volgende ochtend weer naar ons toe. We vertrokken vanuit Aroumd langs Imlil en Mezzik. Coniferen, maquis en jeneverbessen karakteriseren hier het landschap. Het is een mooie tocht die relaxed werd gelopen, mede omdat de weg hier aanzienlijk breder was dan we in de bergen gewend waren. Onderweg passeerden we nog een pas van 2.664 meter maar dat was een peulenschil. We waren immers al ingelopen? Wonderlijk genoeg zat boven op deze pas een uitbater die als nering een paar flesjes limonade aan passanten slijt. Onder een aantal jeneverbesbomen werd wat langer gerust en werd de zak met Marokkaanse muesli van Mekki alle eer aangedaan. Een Europees echtpaar met kinderen gezeten op de rug van muilezels passeerden ons. De kampeerplaats op deze dag was gelegen in een groene vallei, net onder de zomerhuisjes van enkele Berbers die hier in de zomer hun kuddes geiten en schapen hoeden. We werden door de kok aangenaam verrast met een soort appelflappen zonder appel. Het waren gistdeeg plakken die waren gefrituurd. De eerder beschreven Berbers waren thuis en zij bezetten met hun hele familie de mooiste plekjes in de wijde omgeving. Naarstig zochten we naar een alternatief maar die was er nauwelijks. Het overgebleven lapje schaduw bleek ook regelmatig door koeien bezocht te worden en dus was er aan vliegen geen gebrek. Later in de middag, nadat de Berbers huiswaarts waren gekeerd, werd er op een discrete plaats persoonlijk onderhoud gepleegd in de beek. Daar knapt een mens toch maar weer van op! De Marokkaanse mannen hadden aangegeven dat zij wilden dansen. Het werd een heuse “Bonte avond”. De jongens hadden trommels bij zich die ze boven een houtvuurtje voorverwarmden. Er werd veel gezongen. Pijnlijk bleek hoe armoedig onze liederenschat is. In feite was er geen lied dat door de Nederlanders geheel gezongen kon worden. Na een paar regels stokte het meestal. Aan het einde van de avond werd er nog een soort geïmproviseerde reidans gedanst door het hele gezelschap en daarmee werd de eeuwige vriendschap bezegeld.

 

Dag 13, woensdag 25 juni 2003, van Azib Tamsouli naar Imi Oughlad

Ca 12 kilometer (8 uur) en stegen en dalen respectievelijk 300 en 1.100 meter.

 

Kwart over vijf op, zes uur ontbijt en al vroeg vertrokken we naar onze laatste kampeerplek. De geiten bij de buren waren de gehele nacht onrustig geweest. Eerst dacht ik dat er in de verte mannen aan het schreeuwen waren. Later bleek dat er minstens 100 geiten op nog geen 50 meter afstand in een soort kraal stonden. We liepen in noordelijke richting naar Tizi Oussem en Tizi-n-Tacht. Onderweg, om half acht al, stopten we bij een gite. De eigenaar was – uiteraard- een oom en we werden zeer gastvrij op de koffie en thee uitgenodigd. Het bleek dat personen uit deze gite ook in ons kamp een keer op de thee zijn geweest maar dat is me ontgaan.

De route was gemakkelijk te lopen. Het waren brede wegen met steenslag waarop ook auto’s konden rijden. Ergens is nog een colletje van 1.998 meter genomen.

Groene gewassen als maïs en sorghum vormen hier een kleurrijk contrast met de roestbruine hellingen. Onderweg werd er nog stil gehouden bij een aanplant van cederhout. In het grijze verleden moet Marokko geheel begroeid zijn geweest met bossen van cederhout. Nu is het een kaal land dat zwaar geërodeerd is. Vanuit Tizi-n-Tacht liepen we langs notenbomen en dicht struikgewas verder naar Imi Oughlad. Aan kinderen was er weer geen gebrek. Sommigen liepen letterlijk kilometers mee en bleven om bonbons en ballpoints vragen. Soms werd hun eindeloos geduld beloond. Een zeer oude vrouw vroeg om medicijnen. Met niet meer dan een pakje Sultana’s vertrok ze weer. Het is triest maar er valt nu eenmaal niets aan dit soort zaken te doen.

Om 13.00 uur bereikten we een heuse asfalt weg. Arno wist de buurt Super te lokaliseren en kocht zich een grote fles Coca-Cola. Nog geen honderd meter verder bleek ons kampement voor deze laatste kampeernacht te moeten worden opgeslagen. Zittend aan een aantal tuintafels en op tuinstoelen is door allen genoten van de salade die de kok ook deze dag weer had bereid.

Op een smal strookje aangestampte grond op een terras werden de tenten opgezet. Naast dit terras stond een gite, een vierkant gebouw rond een binnenplaats van circa 10 bij 10 meter. Aan de vier zijden waren kamers met slaapplaatsen waar de jongens sliepen. Achter in de tuin van de gite stond een betonnen bak waarin water werd opgevangen. Het teveel aan water liep er via een overloop uit en hier is door mij zittend op een tuinstoel persoonlijke verzorging gepleegd. De gite beschikte over een erg kleine haman waarin je nauwelijks kon staan. Een aantal van ons heeft er gebruik van gemaakt.

De maaltijd was als van ouds: lekker en meer dan ruim voldoende voor een ieder. Na het eten was er uitgebreid koffie en thee. Voor de liefhebbers was er nog een platvinkje cognac. Het werd een geanimeerde avond. Op enig moment werd er een spelletje met lepels gedaan en dat was zeer hilarisch. Mekki snapte er helemaal niets van en de aanmoedigingen werden steeds luidruchtiger. Opvallend was dat de vijf resterende ezeldrijvers ook deze nacht nog bij ons bleven. In andere gevallen gaan ze deze avond al naar huis maar kennelijk hadden ze het met ons erg gezellig.

In de nacht was er een muilezel losgebroken die vervolgens met veel misbaar een aanval deed op de havervoorraad. Omdat ik dat als enige merkte heb ik Mohammed wakker gemaakt en die is met een neef de ezel gaan vangen.

 

 

Dag 14, donderdag 26 juni 2003, transfer van Imi Oughlad naar Marrakech

 

Vandaag konden we uitslapen: pas om 06.45 stonden we op om het kamp af te breken. Om 08.00 uur was het ontbijt klaar. De mannen Mekki en de kok hadden pannenkoeken gebakken. Met de abrikozenjam was dat een geweldige traktatie. Vrolijkheid en spijt wisselden elkaar af. De bus met onze “eigen” chauffeur was keurig op tijd. Na afscheid genomen te hebben van de kok en de ezeldrijvers vertrokken we om kwart over negen.

Een transfer van 70 km en circa twee uren bracht ons naar Marrakech, de 'over de Atlas geworpen parel’. In het hotel waren- oh wonder- de kamers al beschikbaar. In tegenstelling tot de eerste keer hoefde er geen uitgebreide administratie verzorgd te worden dus konden we zo naar boven.

De kamer was heet, zeg maar bloedheet. De airco bracht slechts enige verkoeling.

Cor en ik zijn naar restaurant Ali gelopen. Onderweg kwamen we Liesbeth tegen en met z’n drieën hebben we heerlijk geluncht: een salade vooraf en een spies met echt vlees als hoofdgerecht. De kosten van dit alles zijn miniem, te meer omdat Liesbeth in deze zaak een doorlopend krediet heeft.

Bij de telefooncellen is een bij een “vreemde vogel” een telefoonkaart gekocht. Aan de buitenzijde van het postkantoor hangen circa 20 telefoons die alle op telefoonkaarten werken. Achteraf gezien loopt daar een particulier met een grote stapel kaarten die hij voor eigen rekening en risico verkoopt maar die daarbij ook “losse tikken” verhandelt. Het hoeft geen betoog dat ik na enige uren tot de conclusie kwam dat ik een voor een telefoonkaart van 30 Dirham uiteindelijk 45 Dirham heb betaald. De man verdiende dus circa € 1,50 aan die transactie. Tja…

De Kasbah en de suq zijn bezocht nadat er eerst een groot glas vers geperst sinaasappelsap is genuttigd. In de suq heb ik een Berberjurk voor mijzelf gekocht. Terug in het hotel is eerst een flinke dut gedaan alvorens toilet is gemaakt. Om kwart over zeven hadden we een afspraak met Mekki, die zou op deze laatste avond met ons mee gaan naar een restaurant met entertainment. Dat werd een spektakel van niks. Bij binnenkomst werden we opgewacht door een paar muzikanten. Binnen waren we nog maar de eerste gasten. Vrij snel erna kwamen nog een paar groepen. Het eerste optreden was een dame met een kroon met brandende kaarsen. Een soort Santa Lucia zoals dat in Zweden wordt gevierd. Een flink deel van de avond werd opgeluisterd door een viertal stoïcijnse muzikanten die af en toe werden aangevuld door een drietal weinig geïnspireerde dames. Aan het einde kwam het echte spektakel: een zeer wulpse en rondborstige jonge vrouw gaf een demonstratie buikdansen. Helaas duurde dit slechts enige minuten. Het eten smaakte uitstekend, Mekki moest tussen door nog even naar het vliegveld. Bij zijn terugkomst hebben we formeel afscheid van hem genomen. Vervolgens werd nog even een kort bezoek gebracht aan het kloppende hart van de stad, de Jemaa el Fna, waar het op elk moment van de dag krioelt van de mensen. Kappers, tandartsen, fruitverkopers, waterverkopers, slangenbezweerders, muzikanten, acrobaten, verhalenvertellers, eetstalletjes, verzin het maar, alles was er.

 

Dag 15, vrijdag 27 juni 2003. Een dagje Marrakech

 

Eerst werd het ontbijt genoten. Omdat we geen vrouw waren duurde het weer even voordat alles op tafel stond. Na het ontbijt werd er een gezamenlijk bezoek gebracht aan Marrakech onder leiding van Liesbeth. Weer liepen we door de suq. Aan de achterkant van de suq bevindt zich de Medersa ben Youssouf, de oude Koran school uit de 16-de eeuw. Een prachtig gebouw waar in de bloeitijd wel 900 studenten studeerden. Het is in feite te vergelijken met een Jezuitenschool in Europa. Na de school werd een Tupperware party in een kruidenwinkel bezocht. De gasten werden in een verkoopruimte ondergebracht en nadat de deur zorgvuldig gesloten was werden zij verwend met koud mineraalwater en warme muntthee. Voor alle kwaaltjes en alle afwijkingen had deze verkoper een kruidenmix inde verkoop. Na een klein uurtje had iedereen het hare of het zijne gekocht en gingen we naar het Museum Marrakech, dat is ondergebracht in een prachtig gerestaureerd 19-de eeuw paleis. Hier scheidden de wegen zich. Cor en Joop zochten de suq weer op om de aardenwerkschaal te gaan kopen die de dag eerder al was uitgezocht maar toen nog te duur was. Dat kopen ging niet vanzelf. De uitbater had een knallende ruzie met een manspersoon en had maar weinig interesse voor zijn klant. Uiteindelijk is een grote schaal gekocht voor 350 Dirham, zo’n € 35.- . Bij terugkeer in het hotel bleek na een grondige schoonmaakbeurt dat de verf op de schaal op een bepaalde plek was bijgewerkt. De klank van het zware voorwerp was ook al niet geheel loepzuiver. ’s Avonds hebben we met z’n allen gegeten op het terras van een restaurant recht tegenover de toren van de grote moskee. Het werd een zeer geanimeerde en gezellige avond. De gerechten van het buffet waren heerlijk van smaak. Cor opende op zijn geheel eigen wijze het buffet. Vooral de duivenpastei in bladerdeeg was een succes. De wijn vloeide rijkelijk, (normaal gesproken serveert men geen wijn maar als men het vroeg genoeg bestelt, wordt het ingekocht), de toespraken waren uit het hart gegrepen en door de wijn, de nog steeds hoge temperatuur en de zoete herinneringen  was de stemming rozig toen we ons naar het hotel begaven. Met lichte tegenzin begaven we ons uiteindelijk naar de hotelkamers.

 

 

Dag 16, zaterdag 28 juni, weer naar huis

 

Vroeg in de ochtend vertrokken we vanuit Marrakech naar het vliegveld in Casablanca. Onderweg werd er bij een omvangrijke uitspanning in een dorp, dat met lintbebouwing langs de weg was gedrapeerd, een stop gemaakt. Koffie en vers sinaasappelsap waren favoriete drankjes. De kelner bestierde in zijn eentje zowel het terras buiten als de zaal binnen. Hij deed dat op een fenomenale wijze. Uiteraard waren er weer de vele politie controleposten maar kennelijk omdat op de voorkant van de minibus met grote letters “Tourisme” stond aangebracht, werden wij niet aangehouden.

Op het vliegveld was de aankomsthal afgezet en dienden we via een controle sluis en de aankomsthal naar de incheckbalies te gaan. Uiteraard moesten er weer formulieren voor de uitreis worden ingevuld. Nadat de politie, de douane en de immigratiedienst was gepasseerd mochten we “vrij” lopen in de ruimtes rond de vertrekhal. Na een poosje konden we “boarden” en ook hier was nog een politiecontrole, net voordat we de slurf ingingen.

Via Frankfurt vlogen we terug naar Amsterdam. In Frankfurt hadden we drie kwartier voor de transfer. Uiteraard moesten we naar de andere kant van het vliegveld via roltrappen, een ondergrondse kelder met roltrottoirs en uiteindelijk een lift. Toen moesten we nog zo’n 20 gates passeren voordat we de uithoek bereikten. We konden gelijk aan boord en vrij snel daarna vertrokken we naar Amsterdam. Mijn buik rommelde inmiddels fors maar ik dacht het tot Schiphol te kunnen uitzingen. Dat was inderdaad zo maar toch kwam ik slechts één luttele seconde tekort: een schitterende voedselvergiftiging die pas na 24 uur en 10 imodiumpillen enigszins binnen de perken was gekregen kondigde zich aan. Na 10 dagen rommelde het nog steeds.

Op Schiphol was Ingeborg aanwezig om Cor en mij op te halen. Na een vluchtig afscheid van de reisgenoten reden we naar Rotterdam waar Cor is afgeleverd om vervolgens in Puttershoek te arriveren. Na een kort mondeling verslag zocht ik het bed op om dat vervolgens in 30 uur nauwelijks meer te verlaten.

 

Tot slot:

Het is een bijzondere reis geworden. Niet eerder heb ik met een groep zo lang en zo intensief laag bij de grond geleefd. De mede reizigers waren ieder zeer verschillend. Voor zover ik het heb kunnen beoordelen is er geen enkele wanklank gevallen en heeft iedereen het op haar en op zijn manier zeer naar de zin gehad. De Marokkaanse mensen waren allen, zonder uitzondering, erg aardig en behulpzaam. Ik was er niet echt op voorbereid dat we in zo’n onherbergzame en troosteloze streek zouden verkeren.  Er is mij vaak gevraagd: Doe je het volgend jaar weer? Mijn eerste reactie was steeds: ik voelde mij als een figurant in een verkeerde film. Achteraf zeg ik: het was zeer bijzonder, en ik heb er een mooie serie foto’s aan overgehouden.

 

 

 

 

 

 

Mail naar Joop : JOOP   


site is designed bij  rjwerf.nl

Voor opmerking over deze pagina mail:  de webmaster                

  Deze pagina is bij gewerkt op : 06-sep-2009